Collectieve plicht, ongelijke draagkracht

Soms voelt het alsof je verdrinkt in regels die niet voor je zijn ontworpen

Dit schreef ik nadat ik een VvE-akte las. Deel 2.

Op papier is het helder: een gebouw wordt gedeeld, kosten worden verdeeld, verantwoordelijkheden gezamenlijk gedragen. Er is een vereniging, er zijn afspraken, er zijn verplichtingen die voor iedereen gelden, ongeacht wie je bent of hoe je hier terecht bent gekomen. Het oogt ordelijk, logisch, zelfs rechtvaardig. Iedereen betaalt mee. Iedereen draagt bij. Iedereen doet zijn deel.

Maar wat in de akte niet staat, is wie kan blijven drijven.

Collectieve plicht veronderstelt een gelijk startpunt. Alsof iedereen met dezelfde longinhoud het water in gaat, met dezelfde toegang tot zwemles, dezelfde tijd om te oefenen, dezelfde mogelijkheid om even aan de kant te hangen als het zwaar wordt. Alsof verdrinken alleen iets zegt over inzet, niet over omstandigheden.

In werkelijkheid wonen er mensen met verschillende marges. Sommigen kunnen een verhoging opvangen zonder dat het hun leven raakt. Anderen voelen dezelfde verhoging direct in hun lichaam, in hun nachten, in de keuzes die kleiner worden. Niet omdat zij minder verantwoordelijk zijn, maar omdat hun draagkracht beperkt is, vaak al jaren.

De akte ziet dat verschil niet. Zij rekent, verdeelt, verplicht. Zij kent geen zenuwstelsel, geen uitputting, geen geschiedenis.

Wie het moeilijk krijgt, krijgt zelden de vraag: kun je dit dragen? Vaker klinkt het onuitgesproken antwoord al: het staat er nu eenmaal. Wie niet kan meekomen, had misschien beter moeten plannen, sparen, kiezen — alsof iedereen ooit dezelfde toegang had tot voorbereiding, tot veiligheid, tot die zwemles waar altijd naar wordt verwezen wanneer iemand kopje onder dreigt te gaan.

Zo ontstaat een vreemde situatie waarin zorg voor het geheel wordt gevraagd van mensen die zelf nauwelijks ruimte hebben om te ademen. Ze dragen bij, houden de plek leefbaar, signaleren wat nodig is, maar hebben weinig invloed op besluiten die hun draaglast verder vergroten. Hun betrokkenheid is groot. Hun speelruimte klein.

Dit is geen aanklacht tegen samen dragen. Integendeel. Het idee van gezamenlijk zorgen voor een plek is waardevol. Maar samen betekent meer dan een verdeelsleutel. Het betekent ook kijken wie er tilt, wie al gebukt gaat, en wie de luxe heeft om rechtop te blijven staan terwijl hij besluit.

Wanneer plicht collectief wordt gemaakt zonder draagkracht mee te wegen, ontstaat er geen gelijkheid, maar een stille ongelijkwaardigheid die keurig is vastgelegd, netjes verdeeld, en juridisch sluitend — terwijl het leven ondertussen alle kanten op lekt.

Misschien is dat wat er gebeurt wanneer we structuren bouwen die waterdicht zijn op papier, maar geen rekening houden met wie kan zwemmen, wie nooit les kreeg, en wie al jaren in het diepe staat zonder rand om zich aan vast te houden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *