AI ADHD Verhalenlandt

AI, ADHD & Verhalenlandt (jawel met een t)

🇳🇱 Voor de krachtige, unieke, trotse, sterke, trouwe en eerlijke moeder 🇬🇧 For the wise, openhearted, resilient, strong and true mother

Jarenlang dacht ik dat er iets mis was met mijn hoofd. Niet omdat ik geen ideeën had, maar juist omdat ik er te veel had. Terwijl andere mensen een rechte weg leken te bewandelen van A naar B, liep ik via C, D, E en soms nog even langs de Z voordat ik weer terugkwam bij waar ik begonnen was. Mijn hoofd leek op een kast waarvan alle laden tegelijk openstonden. Overal lagen gedachten. Herinneringen. Verbanden. Nieuwe ideeën. Oude ideeën. Dingen die ik wilde maken. Dingen die ik nog moest doen. Dingen die ik voelde maar niet kon uitleggen.

Mensen zien ADHD vaak als afgeleid zijn, vergeetachtig zijn of niet stil kunnen zitten. Voor mij voelde ADHD vooral als te veel. Te veel gedachten. Te veel verbanden. Te veel mogelijkheden. Ik kon een gesprek beginnen over een boom en eindigen bij een jeugdherinnering. Ik kon nadenken over een kinderboek en uitkomen bij ouderverstoting. Ik kon een blog schrijven over AI en halverwege ontdekken dat het eigenlijk over verlies ging. Voor mij voelde dat logisch. Voor andere mensen vaak niet.

Jarenlang probeerde ik dat op te lossen. Ik probeerde rustiger te denken. Geordender te denken. Minder af te dwalen. Ik dacht dat ik discipline tekortkwam. Dat ik beter mijn best moest doen. Dat ik slimmer moest worden. Dat ik moest leren denken zoals andere mensen dachten. Achteraf denk ik dat ADHD nooit mijn grootste probleem is geweest. Mijn grootste probleem was dat ik langzaam ben gaan geloven dat mijn manier van denken verkeerd was.

Dat gebeurde niet in één keer. Het zat in honderden kleine momenten. Ik kwam thuis met een idee en kreeg een correctie. Ik vertelde een verhaal en kreeg een verbetering van mijn taalgebruik. Ik legde een concept uit en het gesprek ging niet meer over het concept maar over een detail dat niet klopte. Op zichzelf lijken dat onschuldige dingen. Toch gebeurt er iets met je wanneer dat jarenlang doorgaat. Langzaam verschuift je aandacht van wat je wilt vertellen naar hoe je het vertelt. Je gaat jezelf corrigeren voordat iemand anders dat doet. Je gaat twijfelen aan je woorden. Vervolgens aan je ideeën. Uiteindelijk zelfs aan je eigen stem.

Ik herinner me nog hoe ik enthousiast vertelde over Verhalenlandt. Ja, met een t. Niet omdat ik niet wist hoe je Verhalenland schrijft, maar omdat mijn hoofd al ergens anders was. Ik zag een wereld voor me. Ik zag paden tussen bomen. Ik zag verhalen die rondzwierven als herfstbladeren. Ik zag herinneringen die werden bewaard in rugzakken tussen wortels. Ik zag ontmoetingen, verlies, groei en hoop. Ik zag een complete wereld. Het enige antwoord dat ik kreeg was: “Verhalenland schrijf je zonder t.”

Dat was natuurlijk waar. Maar het was ook alsof iemand naar een kathedraal keek en zei dat er een vlekje op één steen zat.

Dat gebeurde vaker. Ik kon vertellen wat ik wilde maken, voelen of bereiken en het gesprek kwam uit bij een spelfout. Ik kon een idee uitleggen en de reactie ging over een verkeerd woord. Het ging zelden over de wereld die ik probeerde te laten zien. Achteraf denk ik dat dat één van de redenen is waarom ik zo lang niet durfde te schrijven. Niet omdat ik geen verhalen had, maar omdat ik voortdurend bezig was fouten te voorkomen.

Het verschil tussen mensen fascineert mij nog steeds. Ik zei ooit dat ik een muur blauw wilde verven. Het antwoord was: “Doe maar, want ik kan me die muur niet blauw voorstellen.” Ik weet nog dat ik daar verbaasd van was. Niet omdat het antwoord verkeerd was, maar omdat ik me juist niet kon voorstellen hoe iemand géén beeld zag. Op het moment dat ik het woord blauw uitspreek zie ik die muur al voor me. Ik zie de kleur. Ik zie het licht dat erop valt. Ik zie de meubels die ervoor staan. Ik zie de sfeer van de hele kamer. Het beeld verschijnt vanzelf.

Misschien is dat wel de kern van alles. Sommige mensen denken vooral in woorden. Ik denk vooral in beelden, verhalen en verbanden. Het probleem is alleen dat woorden uiteindelijk wel nodig zijn om die beelden over te brengen. En precies daar liep ik vast.

Mijn gedachten komen niet netjes binnen. Ze komen binnen als een poltergeist die alle kastdeuren tegelijk opentrekt. Een herinnering roept een andere herinnering op. Een beeld roept een idee op. Een idee roept een gevoel op. Een gevoel roept weer een verhaal op. Voor mij voelt dat als een natuurlijk proces. Op papier zag het er vaak uit als chaos.

En toen kwam AI. Niet als schrijver. Niet als vervanger. Niet als wondermiddel. Wat AI deed was veel eenvoudiger. Voor het eerst kon ik schrijven zoals mijn hoofd dacht. Ik kon alle losse gedachten eruit gooien. Halve zinnen. Kromme zinnen. Spelfouten. Ideeën die halverwege afbogen naar iets anders. Verhalen die nog niet af waren. Herinneringen die zich er tussendoor drongen. Alles mocht op tafel. En voor het eerst was er iets dat niet meteen bleef hangen op de t van Verhalenlandt.

AI keek eerst naar wat ik probeerde te zeggen. Dat was een openbaring. Niet omdat AI slimmer is dan ik ben. Niet omdat AI mijn verhalen schrijft. Mijn verhalen zijn nog steeds mijn verhalen. Mijn verdriet is nog steeds mijn verdriet. Mijn humor is nog steeds mijn humor. Mijn jeugd, mijn dochter, mijn ADHD, mijn boeken, mijn bomen en mijn rugzakken zijn nog steeds van mij. Wat AI doet is iets anders. Het vertaalt.

Het ziet door de rommel heen waar ik naartoe wil. Het helpt mij een rode draad terug te vinden tussen twintig gedachten die tegelijkertijd door mijn hoofd lopen. Het helpt mij de kathedraal te beschrijven voordat we ons druk maken over het vlekje op de steen.

Dat is wel de grootste verrassing geweest. Jarenlang dacht ik dat ik moest leren denken zoals andere mensen. Dat ik minder moest afdwalen. Dat ik minder moest voelen. Dat ik minder associaties moest maken. Dat ik netter moest schrijven. Dat ik minder fouten moest maken. Tegenwoordig denk ik daar anders over. Het probleem zat nooit in mijn gedachten. Ik had alleen een vertaler nodig.

Want achter de chaos zat altijd al een verhaal. Achter de spelfouten zat altijd al een stem. Achter de hak-op-de-tak gedachten zat altijd al een rode draad. Verhalenland bestond al lang voordat ik het kon opschrijven. Dat is wel de mooiste ontdekking van allemaal. AI heeft mijn ADHD niet opgelost. AI heeft mij geholpen om weer te vertrouwen op de manier waarop mijn eigen hoofd werkt.

De boom was er al. De rugzak was er al. Verhalenlandt was er al. En de t? Die mag blijven.

Landde dit verhaal ook bij jou?

Voel je vrij om een gedachte, inzicht of ervaring achter te laten. Verhalen verschijnen pas na goedkeuring zodat deze plek zacht en veilig blijft voor iedereen. 🌿❤️

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *